Spanje, officieel het Koninkrijk Spanje (Spaans: Reino de España), is een land op het Iberisch Schiereiland in het zuidwesten van Europa met 47.370.542 (2013) inwoners en een oppervlakte van 505.992 km². Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch Schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land. In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal, in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar en via de exclaves Melilla en Ceuta aan Marokko. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land. Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, van de toeristische kusten aan de Middellandse Zee tot het flamencodansen van Andalusië en van het stierenvechten in vele delen van het land tot het moderne Barcelona in Catalonië. Net als Nederland en België is Spanje een constitutionele parlementaire monarchie. Spanje werd lid van de NAVO in 1982 en is lid van de Europese Unie sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 2002 en verving daarmee de peseta. Naast Spaans (Castiliaans) zijn Catalaans, Baskisch en Galicisch zogenaamde 'co-officiële' talen van het land. Geografie Het landschap van Spanje bestaat voornamelijk uit plateaus, zoals de Spaanse Hoogvlakte, en bergketens zoals de Pyreneeën en de Sierra Nevada. De belangrijkste rivieren van het land zijn de Taag, de Ebro, de Duero, de Guadiana en de Guadalquivir. Spanje grenst in het oosten en zuiden aan de Middellandse Zee, in het noorden aan de Cantabrische Zee (het zuidelijk deel van de Golf van Biskaje) en in het westen aan de Atlantische Oceaan. De zes grote bergketens van Spanje zijn de Pyreneeën, de Betische cordillera en Sierra Nevada, het Castiliaans Scheidingsgebergte, de Cantabrisch Gebergte en het Iberisch Randgebergte. De Pyreneeën, die in het westen uitlopen tot in Galicië, zijn ontstaan als gevolg van het botsen van het Iberische subcontinent tegen het Europese continent. De hoogste bergtoppen zijn de 3404 meter hoge Pico de Aneto in centraal Spanje, en de 2648 meter hoge Picos de Europa in het westen. In de Sierra Nevada bevindt zich de Mulhacén, die met 3482 meter de hoogste berg van het Spaanse vasteland is. De hoogste berg van heel Spanje is echter de Pico del Teide op het Canarische eiland Tenerife. Andere bergen in Spanje zijn: Bola del Mundo, Circo de la Safor, El Yelmo, Monte Hacho, Montserrat, Monte Perdido, Pica d'Estats, Pozo de las Nieves, Turbón en de Zuilen van Hercules. Klimaat De geografische ligging van Spanje zorgt ervoor dat alleen het noordwesten (Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland) onder invloed ligt van de zogenaamde straalstromen en de rest van het land niet. Verder heeft Spanje een zeer onregelmatig landschap en is het een van de bergachtigste landen van het Europese continent. Dit alles maakt dat men zeer verschillende klimaten (en microklimaten) kan onderscheiden. Grofweg kan het land worden verdeeld in de volgende klimaatzones: Noordoostkust van de Middellandse Zee (Catalaanse kust, Balearen, en de noordelijke helft van het Valenciaanse land): Mediterraan klimaat: Warme en soms hete zomers en milde winters, ongeveer 600 millimeter neerslag per jaar in een zeer klein aantal geconcentreerde dagen, zogenaamde Mediterrane buien. Zuidoostkust van de Middellandse Zee (Alicante, Murcia en Almería): Mediterraan klimaat: Hete zomers en milde winters. Erg droog, en bijna woestijnachtig, op sommige plekken slechts 150 millimeter neerslag per jaar, oftewel de droogste plek van Europa. Zuidkust van de Middellandse Zee (Málaga en de kusten van Granada): Subtropisch klimaat Warme en soms hete zomers, extreem zachte en milde winters. Een gemiddelde jaartemperatuur van bijna 20 graden Celsius, ongekend hoog voor Europese begrippen. Vallei van Guadalquivir (Sevilla en Córdoba): Lange zomers met extreme hitte en droogte, zachte winters, vrijwel zonder neerslag. Bijna een woestijnklimaat. Zuidwest Atlantische kust (Cádiz en Huelva): Warme, maar niet extreem hete zomers, zeer milde winters, relatief (voor dit deel van Europa) veel neerslag. Spaanse Hoogvlakte (Madrid, Castilië-La Mancha en Castilië en León): Mediterraan klimaat met sterke invloeden van een extremer landklimaat. Lange en zeer hete zomers en koude winters, weinig neerslag. Vallei van de Ebro (Zaragoza en het binnenland van Catalonië): Zeer hete zomers, koude winters, weinig neerslag. Bijna een landklimaat Noordatlantische kust (Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland): Zeeklimaat met milde zomers en milde winters, erg veel neerslag (1000-1200 millimeter per jaar) Pyreneeën: Frisse zomers en koude winters, gematigd nat klimaat, in sommige gebieden een zogenaamd Hooggebergteklimaat. Canarische Eilanden: Subtropisch klimaat met weinig seizoensveranderingen. Het gehele jaar door dezelfde zomerse temperaturen, woestijnachtig op de oostelijke eilanden, iets vochtiger op de westelijker gelegen eilanden. Volgens de universiteit van Syracuse heeft de stad Las Palmas op Gran Canaria het beste klimaat ter wereld.